Kernwaarden en kaders voor zonnebeleid en zonnevelden

Zonnebeleid:

  1. Ons advies aan de Gemeente is simpel: volg de zonneladder, dus geef snel prioriteit aan zon op dak en op alles wat al bebouwd is, zoals geluidswallen.Zie o.a. beleid rijksoverheid : https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-energie/zonne-energieZorg dat de gemeente de Bilt klaar is bij het aannemen van het landelijk beleid waarin “zon op dak” door gemeenten verplicht aan bedrijven kan worden opgelegd. Wacht niet met het maken van gemeentelijk beleid hiervoor totdat het landelijk beleid is aangenomen.
    • Verplichten zon op dak bij nieuwbouw en verbouw bedrijven
    • Subsidie particulieren
    • Bouwkundige aanpassingen bedrijven
    • Subsidie bedrijven (mogelijk in combinatie met asbestsaneringen)
  2. Gebruik de bestaande en op korte termijn te ontwikkelen Infrastructuur: ga gesprekken aan met Rijkswaterstaat voor zonnepanelen op de A27 geluidswal.
  3. Vervolgens: zonnevelden. Die staan niet voor niets op C in de zonneladder en hebben dus niet de voorkeur. Hieronder staan onze voorwaarden en adviezen voor kernwaarde rond zonnevelden.

Voorwaarden en aandachtspunten voor zonnevelden:

  1. Gelijkmatige verdeling zonnevelden binnen de gemeente.
    Het gemeentelijke beleid zou er op gestoeld moeten zijn dat er een eerlijke en gelijkmatige verdeling van de zonneparken over de gemeente plaatsvindt.
  2. Vooraf onafhankelijk onderzoek geïnitieerd door de gemeente op mogelijke ontwikkeling locatie.
    Voordat een vergunningsaanvraag wordt ingediend voor een bepaalde locatie wordt door een door de gemeente te bepalen onafhankelijk deskundig bureau een onderzoek naar de natuurwaarden/landschappelijke waarden/omgeving/geluid verwachtingen, te realiseren waarden en “eindsituatie” enz. op en voor die locatie uitgevoerd. Daarnaast toetst deze onafhankelijke partij de locatie aan het gemeentelijk beleid. Waarin wordt meegenomen de oude en huidige stand van zaken van de omgevingsvisie. Uitkomst van dit onafhankelijke onderzoek is een advies aan de ontwikkelaar van mogelijkheden/onmogelijkheden/bestaande en te bereiken natuurwaarden, grond waarden enz. Dit onafhankelijke advies wordt als leidraad aan de projectontwikkelaar beschikbaar gesteld waarmee hij aan de gang kan bij de verdere inrichting van zijn plan. Kosten van dit onderzoek zijn voor de projectontwikkelaar.
    Bij besluitvorming over de vergunningsaanvraag zal getoetst worden hoe de projectontwikkelaar deze leidraad heeft omgezet in de definitieve plannen.
  3. Draagvlak en Participatie omwonenden.
    Wij verwachten van de gemeente:

    1. Onafhankelijke Verslaglegging van bv inspraakbijeenkomsten, participatie bijeenkomsten moet plaatsvinden door een van de projectontwikkelaar onafhankelijke partij. De projectontwikkelaar mag op geen enkele manier invloed uitoefenen op deze verslaglegging.
    2. Benoemen betrokken partijen in overleg met plaatselijke vertegenwoordigende organisaties en zorgvuldig traject van participatie van alle betrokken partijen in tijd, communicatie en plaats. Met speciale aandacht voor omwonenden en bewoners.
  4. Omgeving.
    1. Ontzien van weilanden rond belangrijke recreatieve fiets- en wandelpaden
      Door onze groene weilanden lopen een aantal zeer belangrijke recreatieve fiets- en wandelpaden. Deze fiets en wandelpaden zijn in allerlei landelijke/ANWB recreatieve wandel en fietsroutes opgenomen. De reden hiervan; ze lopen door groene en weidse landschappen/weilanden. Dit moet ook in de toekomst zo blijven. Het kan en mag niet zo worden dat deze zo belangrijke recreatieve voorzieningen aan alle kanten omzoomd gaan worden door zonneweides. Ik zou graag in het gemeentelijke beleid opgenomen zien dat zonneweides niet direct naast deze wandel- en fietspaden gerealiseerd mogen worden, maar dat er minimaal 100 meter vrije ruimte open moet blijven.
    2. Afstand tot natuurgebieden
      Gemeente De Bilt kent veel Natura 2000, ganzen rust locaties (waar geen zonneweiden mogen) en overige natuur. Zonneparken mogen niet direct aangrenzend aan dit deze gebieden worden gerealiseerd, er moet een minimale afstand van 100 meter afstand aangehouden worden.
    3. Verbod op ontwikkeling zonnevelden in gebieden waar zwaar beschermde dieren leven
      Leef, rust en foerageergebieden van zwaar beschermde diersoorten (bv de das) mogen op geen enkele manier aangetast worden.
    4. Zonnevelden op zichtlocaties waar cultuurhistorie nog zichtbaar is
      Geen zonneparken op zichtlocaties waar de cultuurhistorie van het landschap nog zichtbaar is.
  5. Eigenaarschap:
    1. Voorkeur voor langdurige betrokkenheid bij zonnepark van ontwikkelaar
      Voorkeur gaat uit naar projecten waarbij de ontwikkelaar ook minimaal 10 jaar de exploitatie, onderhoud en het  beheer uitvoert.
    2. Tegengaan schijn constructies bij realisatie zonnevelden
      Projectontwikkelaars mogen geen “schijnbaar lokale energie coöperaties/bedrijven” opzetten voor de ontwikkeling van een zonnepark. Geen grond in handen van investeerders (dus huur eigenaar of koop lokale stichting)
    3. Verplichte vaste afdracht aan omgevingsfonds
      Winst komt ten goede van versterking leefbaarheid, energietransitie, versterking biodiversiteit van het dorp.
      Bijvoorbeeld: Jaarlijks XXX Procent van de winst van het zonnepark storten in een onafhankelijk omgevingsfonds. Dit fonds wordt beheerd door…. (En gedragen door gemeente) een Stichting Mens en zijn Natuur? Of zo iets. Een onafhankelijk accountant ziet toe op de correctheid van het te storten bedrag en dat het geld ook daadwerkelijk wordt overgemaakt.
  6. Periode van aanleg van zonnevelden
    Zonnevelden mogen niet aangelegd worden tijdens voortplanting-, broed/jong periodes.
  7. Behoud landschapselementen
    Hou ze klein,  overleg met bewoners over aantal hectaren.
    Natuurontwikkeling:

    1. Inbedding in de cultuurhistorische landschapselementen in – dus niet in zichtassen of belangrijke landschapsstructuren
    2. inpakken in natuurlijke landschapselementen
    3. Bij de aanleg van zonneparken mogen er dus  geen bestaande landschapselementen verwijderd/gewijzigd worden.
  8. Bij realisatie grootschalige biodiversiteit maatregelen meenemen
    1. Buiten de leidraad welke vooraf door het onafhankelijke onderzoeksbureau voor de specifieke locatie wordt gegeven is bij de realisatie van een zonnepark het verplicht om direct bij oplevering algemene grootschalige algemene biodiversiteit verbeterende maatregelen gerealiseerd zijn.
    2. Overleg met onafhankelijke deskundigen en bewoners om XX% van een terrein te bestemmen voor natuurontwikkeling (carbon sink, biodiversiteit, water vasthouden)
    3. Neem daarbij mee dat XX% onder de panelen is bestemd voor natuurontwikkeling (carbon sink, biodiversiteit, water vasthouden)
    4. Zorg dat de grond haar waterbergende functie behoudt of versterkt (anders versterkt het zonneveld de opwarming op aarde (geen bufferend vermogen)
    5. Zorg dat de gehele (?) bodem begroeid is met een inheemse gras kruidenmix (15-20 soorten per 25m2) of bloemrijk grasland (20-40 soorten per 25m2) met beheer voor versterking biodiversiteit (hooilandbeheer, drukbegrazing). Een rijke bovengrondse en ondergrondse biodiversiteit zorgt voor het vastleggen van CO2 (bodem als carbon sink). Als de bodem afgedekt wordt met zonnepanelen en planten geen CO2 kunnen vastleggen in hun bladeren en in de bodem, versterkt de zonneweide de opwarming op aarde!
    6. Toegankelijk wordt/is/blijft voor de in het wild levende dieren: voedsel en nestgelegenheid is aanwezig
  9. Inrichting park
    Er mag bij voorkeur gebruik gemaakt worden van rechtop geplaatste Bifacial zonnepanelen met een minimale lichtdoorlatendheid van 20%.
    Bij de ontwikkeling/realisatie van het zonnepark wordt zo min mogelijk van metaal/aluminium gebruik gemaakt. Het heeft de voorkeur om te werken met palen/frames enz van gecycled kunststof.
    Gebruik milieu- en mensvriendelijke materialen
    Een hele belangrijke: De projectontwikkelaar moet overtuigend aantonen dat de zonnepanelen en andere te gebruiken materialen als transformatoren en schakelstations enz. niet alleen milieuvriendelijk maar vooral ook mensvriendelijk ontwikkeld en geproduceerd zijn.
    Alle gebruikte materialen moeten na afloop dat het park gestaan heeft zijn te recyclen.
    Gebruikte materialen mogen niet vervuilend zijn voor grond/water/lucht.
    Voorbeeld van uitwerking:

    1. Verticale zonnepanelen of glas-glas zonnepanelen (tweezijdig)
    2. De bodem wordt niet verdicht tijdens aanbouw en beheer (geen insporing van de grond)
    3. Panelen mogen in “tafelopstelling” niet aaneensluitend geplaatst worden, om zonlicht en water op de ondergrond toe te laten moet er een minimale afstand van 5 cm tussen de panelen worden aangehouden.
    4. Voorkom zinkvervuiling van de bodem door regen op de frames van de panelen
    5. Zorg dat na sanering van de zonnepanelen dat de biodiversiteit in tact blijft en zich verder kan vestigen
    6. Certificering inrichting en bouw volgens: NISP Certificering conform BRL K 11007 richtlijn – Kiwa).
    7. Certificering beheer volgens: Subsidiestelsel Natuur- en landschapsbeheer voorwaarden van de BIJ12
    8. Glas-glas zonnepanelen met doorlaat voor regen op fsc-houten frame
    9. Glas-glas zonnepanelen hebben verschillende voordelen ten opzichte van de traditionele zonnepanelen. Voordelen van transparante glas-glas zonnepanelen zijn onder meer:
      1. Minder degeneratie; ze gaan langer mee (30 jaar)
      2. Betere resistentie tegen extreme weersinvloeden
      3. Gegarandeerd 5% gemiddelde meeropbrengst per jaar
      4. Alle ruimte rond de cellen in het paneel is licht doorlatend
      5. Door de grotere stabiliteit is er om het zonnepaneel geen aluminium frame nodig, waardoor het zelfreinigend vermogen beter is en waardoor er ook wordt bespaard op aluminium/grondstoffen.
      6. Het paneel kan verder onder een lagere hellingshoek worden geplaatst, waardoor hemelwater gelijkmatiger de ondergrond bereikt
      7. Beter recyclebaar (geen folie, geen aluminium rand)
      8. Deze panelen liefst rechtop geplaatst.
  10. Onderhoud
    Verplichte keuringen door onafhankelijke partij
    Op kosten van de eigenaar van het zonnepark laat de gemeente gedurende periode dat het park staat 2 keer per jaar door een deskundig onafhankelijk bureau een controle uitvoeren op het nakomen van de in de vergunning gestelde eisen. Een controle wordt op een vast en vooraf bekend gemaakt moment in het jaar uitgevoerd, de andere controle vind onverwacht plaats in de volgende volgorde:
    – Jaar 1: Voorjaar
    – Jaar 2: Zomer
    – Jaar 3: Herfst
    – Jaar 4: Winter
    – Jaar 5: Voorjaar
    – Jaar 6: Zomer enz.
    De eigenaar van het zonnepark moet medewerking verlenen aan deze controles.
    Tijdens deze controles kunnen bevindingen worden opgetekend. Deze bevindingen zullen aan de eigenaar van het zonnepark beschikbaar gesteld worden. De eigenaar heeft een half jaar om de geconstateerde bevindingen op te lossen. Indien de eigenaar de constateringen naar het oordeel van het deskundig onafhankelijke bureau niet oplost treed de gemeente direct handhavend (via bv dwangsommen, of oplossen van de geconstateerde gebreken op kosten van de eigenaar) op. In het uiterste geval kan de vergunning voor het zonnepark worden ingetrokken.
    Nadat het park is afgebroken gaan deze controles nog 5 jaar door. De eigenaar van het park is verplicht deze nazorg van 5 jaar financieel te ondersteunen.

    1. Brandveiligheid en keuring installaties
    2. De projectontwikkelaar moet ter voorkoming van brand aantonen dat de installatie wordt uitvoert volgens de hoogst mogelijke installatie normeringen.
    3. Voor het operationeel worden van het park wordt via een onafhankelijke partij gecontroleerd of het park correct en volgens de normering is geïnstalleerd. Indien dit niet het geval is, kan het park niet operationeel worden.
    4. De projectontwikkelaar/eigenaar heeft al bij de vergunningsaanvraag een actueel plan waarin hij aantoont wat er aan brandpreventie gedaan is en wordt. Dit brand preventie plan moet jaarlijks geactualiseerd worden.
    5. De eigenaar van het park is verplicht brandweer korpsen of andere officiële instanties toegang te verlenen ter controle van de brandveiligheid of voor het houden van oefeningen.
    6. De technische installaties moeten op de tijdstippen die door de fabrikant of vanuit andere voorschriften gesteld zijn door een officiële instantie geïnspecteerd, onderhouden en gekeurd worden.
  11. Maximale levensduur zonneveld
    Maximale tijd dat een zonneveld mag staan: 25 jaar.
  12. Nazorg plicht
    De eigenaar van het park moet het park na afloop dat het park niet alleen afbreken en in de staat brengen als dat van te voren is afgesproken/bepaald. Daarnaast is er een nazorg plicht van 5 jaar. Tijdens deze nazorg plicht van 5 jaar zullen de onafhankelijke controles van de locatie blijven doorgaan. Worden daarbij constateringen gedaan als bv “de grond is toch zo dood als een pier” worden de kosten van herstel op de eigenaar van het park verhaald.
  13. Tegengaan grondspeculatie 
    Zoals anti speculatie  bij nieuwbouw.

    1. De gemeente De Bilt wil grondspeculatie en snelle verkoop van ontwikkelde zonneparken ontmoedigen. Dit doet zij als volgt:
    2. Indien een ontwikkelaar van een zonnepark tot verkoop overgaat voor daadwerkelijke oplevering van het park aan een buitenlandse partij: een boete van 50% van de verkoopprijs van het park.
    3. Indien een ontwikkelaar van een zonnepark tot verkoop overgaat binnen 3 jaar na daadwerkelijke oplevering van het park aan een buitenlandse partij: een boete van 40% van de verkoopprijs van het park.
    4. Indien een ontwikkelaar van een zonnepark tot verkoop overgaat binnen 5 jaar na daadwerkelijke oplevering van het park aan een buitenlandse partij: een boete van 25% van de verkoopprijs van het park.
    5. Indien een ontwikkelaar van een zonnepark tot verkoop overgaat binnen 10 jaar na oplevering van het park aan een Nederlandse partij: een boete van 2% van de verkoopprijs van het park.
    6. Bovenstaande geldt ook voor verkoop aan een Nederlands partij waarvan het eigendom in het buitenland ligt (om schijnconstructies te voorkomen).
    7. Indien een ontwikkelaar van een zonnepark tot verkoop overgaat voor daadwerkelijke oplevering van het park aan een Nederlandse partij: een boete van 40% van de verkoopprijs van het park.
    8. Indien een ontwikkelaar van een zonnepark tot verkoop overgaat binnen 3 jaar na daadwerkelijke oplevering van het park aan een Nederlandse partij: een boete van 30% van de verkoopprijs van het park.
    9. Indien een ontwikkelaar van een zonnepark tot verkoop overgaat binnen 5 jaar daadwerkelijke oplevering van het park aan een Nederlandse partij: een boete van 20% van de verkoopprijs van het park.
    10. Indien een ontwikkelaar van een zonnepark tot verkoop overgaat binnen 10 jaar na daadwerkelijke oplevering van het park aan een Nederlandse partij: een boete van 1% van de verkoopprijs van het park.
    11. Indien een ontwikkelaar van een zonnepark tot verkoop aan een lokale coöperatie (bestaande uit burgers van de gemeente De Bilt) over gaat zal er geen boete worden berekend.
X